Gezondheid

Hoe moet je reanimeren?

Van de 270.000 geregistreerde burgerhulpverleners in Nederland heeft 30% de jaarlijkse een zogenaamde opfris-reanimatiecursus niet gevolgd. Dit blijkt uit cijfers van ‘HartslagNu’, het landelijk oproepsysteem voor reanimatie. De Hartstichting roept de burgerhulpverleners daarom op om in actie te komen. Inmiddels ziet de Hartstichting wel weer veel nieuwe aanmeldingen komen, en ook bestaande burgerhulpverleners hebben hun registratie weer geactualiseerd.

Burgerhulpverleners

Burgerhulpverleners zijn mensen die hun reanimatiecursus recent hebben gedaan en via een mobiel netwerk zijn aangemeld voor reanimatie van slachtoffers in hun omgeving. Zodra iemand in de buurt een hartstilstand krijgt, ontvangt de burgerhulpverlener een bericht. Als burgerhulpverlener heb je dan de keuze om ernaar toe te gaan. Zodra 4 of 5 mensen gemeld hebben via de app dat ze gaan, wordt de melding op alle telefoons van de burgerhulpverleners ook beëindigd. Gemiddeld worden er voor een reanimatie 80 burgerhulpverleners opgeroepen.  

Bij een hartstilstand telt elke minuut. Nu blijkt uit een onderzoek van HartslagNu dat een burgerhulpverlener gemiddeld 2,5 minuut eerder bij de patiënt is dan de ambulance. Een slachtoffer dat binnen 6 minuten wordt gereanimeerd en waarbij een AED wordt gebruikt, heeft een overlevingskans van 50% tot 70%. Iedere minuut die daarbij komt, verlaagt de overlevingskans met 10%. Reden genoeg voor de Hartstichting om aandacht te vragen voor meer burgerhulpverleners.

Herkennen hartstilstand

De eerste minuten zijn cruciaal bij een hartstilstand. Want, hoe eerder de reanimatie wordt gestart, hoe beter. Door snel de reanimatie te starten, pomp je op een kunstmatige manier zuurstofrijk bloed door het lichaam heen. Met een AED reset je het hart dan weer, zodat het hopelijk weer uit zichzelf gaat pompen.  

Je kan een hartstilstand herkennen, als iemand ineens ineenzakt of bewusteloos raakt. Als je 10 seconde luistert en iemand geen ademhaling meer heeft of heel erg naar adem aan het happen is, is er sprake van een agonale ademhaling, ook wel Gaspen genoemd. Dit is een teken van zuurstof tekort en dus reden om alarm te slaan.  

Reanimeren, hoe moet dat?

De Hartstichting heeft in 6 duidelijke stappen uitgelegd, hoe je moet reanimeren. Hieronder staan alle 6 de stappen vermeld:    

1. Controleer het bewustzijn         
Schud voorzichtig aan de schouders en vraag duidelijk hoorbaar: ‘Gaat het?’.         
Geen reactie? Het slachtoffer is bewusteloos. Blijf bij het slachtoffer.

2. Bel direct 112 (of laat iemand bellen)         
Vraag 112 om een ambulance en zeg dat het slachtoffer niet reageert.         
Leg de telefoon op speaker naast het hoofd van het slachtoffer. De medewerker van de meldkamer aan de telefoon begeleidt je door de reanimatie.

3. Controleer ademhaling         
Leg een hand op het voorhoofd en kantel het hoofd voorzichtig naar achteren om de luchtweg te openen. Til de kin op met 2 vingertoppen van de andere hand (kinlift). Kijk, luister en voel maximaal 10 seconden of er ademhaling is. Geen normale ademhaling en ben je alleen? Haal de AED als hij binnen handbereik is.

4. Geen normale ademhaling: start direct met 30 borstcompressies         
Zet je handen midden op de borstkas en duw het borstbeen 5 à 6 centimeter in. Doe dit 30 keer in een tempo van 100-120 keer per minuut.

5. Beadem 2 keer         
Doe de kinlift (zie stap 3) en knijp de neus dicht. Beadem 2 keer. Adem normaal in en adem in 1 seconde gelijkmatig uit in de mond van het slachtoffer. Kijk daarbij uit je ooghoek of de borstkas van het slachtoffer omhoog komt. Onderbreek de borstcompressies hiervoor nooit meer dan 10 seconden. Ga door met reanimeren en wissel steeds 30 borstcompressies af met 2 beademingen.

6. Als de AED er is         
Onderbreek de reanimatie zo kort mogelijk en ontbloot het bovenlijf en zet de AED aan. Bevestig de elektroden en volg de opdrachten van de AED op. Ga door met reanimeren tot de ambulancemedewerkers het overnemen.